Dik. Lelijk. Wijf.

Echte vrouwen hebben parmantige borsten die gewillig grijpgrage handen vullen. Echte vrouwen worden nooit een dag ouder dan eenentwintig. Echte vrouwen passen in een maatje zero, zero, zero. Echte vrouwen. Wat betekent dat zelfs? Echte vrouwen hebben rondingen die over de broeksrand rollen en rollen, pardoes de grond op. Echte vrouwen kijken soms dagenlang niet in de spiegel. Echte vrouwen voelen zich op een dag zo zichtbaar dat ze liever verdwijnen.

Sta mij toe meteen één ding op de goed gedekte tafel te gooien: ik ben dik. Zelfs als kind zeulde ik al meer kilo’s met me mee dan strikt nodig. “Ze zit goed in ’t vlees”, knipoogden oudere mensen schalks. En dan bloosde ik tevreden. Want als je vijf bent, kan je je amper inbeelden dat hoe je eruit ziet niet ok kan zijn. Ik was me er wel degelijk van bewust dat mijn lichaam niet volgens dezelfde hoeken was gedefinieerd als dat van de andere meisjes. Mijn lichaam is rond. Mijn lichaam is bol. Geen hoeken te bespeuren hier.

Wat ik ook doe, mijn overgewicht is steevast het eerste wat mensen opmerken. Dat snap ik ergens wel, want je kan er letterlijk niet omheen. Na een presentatie zullen ze vaak enkel onthouden dat die dikke het gezegd heeft. Meer niet. En dat maakt me bijtijds verschrikkelijk onzeker. Vooral wanneer ik mensen voor het eerst ontmoet, zit ik uren voor de afspraak al te janken voor mijn kleerkast omdat geen enkel van de stoffen kan verbergen dat er zoveel van mij is, veel meer dan ze waarschijnlijk verwachten.

Ik word nerveus telkens er een nieuwsitem op het journaal het heeft over de link tussen obesitas en suikerziekte, obesitas en hartfalen, obesitas en dementie, obesitas en de economische crisis, obesitas en de opwarming van de aarde, obesitas en alles wat je maar kan bedenken. Ik schuifel mijn breed achterwerk zenuwachtig in de zetel en adem jachtig. Soms wuif ik het weg met een opmerking: “Bij mijn vorige bloedonderzoek was alles goed. Weet je nog?” Er wordt geknikt. Niemand heeft er iets over gezegd, niemand keek zelfs mijn richting uit en toch voelde ik de druk om mezelf en mijn vetrollen te verdedigen.

Ik begin te studeren en besluit te gaan zwemmen. Niet omdat ik heel graag wil afvallen, maar omdat ik graag de trap wil blijven nemen zonder in ademnood te komen. Een paar baantjes trekken van tijd tot tijd om het hoofd boven water te houden, zoiets. Omdat ik onzeker ben over hoe ik er in zwempak uitzie, trek ik op mijn ukkie richting een plaatselijk overdekt sportzwembad. Liever alleen, liever zonder zoveel blikken. Voor ik vertrek, geef ik mezelf een uitvoerige peptalk. “Het kan niemand iets schelen dat je rondingen hebt”, klinkt het streng. Mijn ogen lijken tafelborden, zo groot. Ik blijf mezelf moed inspreken: “De mensen hebben bewondering dat je probeert. Niemand verwacht een olympische prestatie.” Uiteindelijk zwier ik de vuillinnen sporttas over mijn schouders en wandel ik gezwind – niet met de tram, pluspuntjes voor moeite – richting het water.

Aan de ingang van het zwembad, stuit ik op een luidruchtige groep jongens die net van een of andere gezamenlijke plonspartij komt. Ze zien er atletisch uit en ze lachen gemoedelijk, opgefokt door de adrenaline die ze net hebben gecreëerd. Wanneer de ogen van de leider van de groep, een gespierde jongen met kort getrimd blond haar, op mij vallen, wordt het stil. Ik probeer me langs hen te manoeuvreren en vergeet alle aanmoedigingen die ik nog geen halfuur geleden opsomde. De kerel staart me aan en vervolgens spreekt hij drie woorden uit, benadrukt door een punt na elk woord: “Dik. Lelijk. Wijf.”

Even stopt de wereld met draaien. Je kan een speld horen vallen. De schuifdeuren achter ons klappen open en dicht, open en dicht. De woorden resoneren lang in mijn hoofd voor ik ze echt aan hun betekenis kan vastpinnen. Dik. Lelijk. Wijf. “Excuseer”, mompel ik bijna hoorbaar en ik wring me tussen het groepje naar binnen waarna ze allemaal hartelijk beginnen lachen. Ik kijk niet meer om. Mijn ogen flitsen door de onbekende ruimte, op zoek naar het dichtstbijzijnde toilet. Dik. Lelijk. Wijf.

Ik wurm me een vrij stalletje binnen, vergrendel de deur en ga op de pot zitten. Ik ben er me pijnlijk van bewust hoeveel plaats ik inneem in dit kleine hokje. Ik wil mezelf kleiner maken. Er is niets meer over van mijn langzaam opgebouwd zelfvertrouwen. Ik trek mijn knieën helemaal tegen mijn kin. Geluidloos stromen de tranen over mijn wangen. Ik weet niet precies meer hoe lang ik daar zo gezeten heb. Ik herinner me dat er een aantal keer op de deur werd geklopt zonder dat ik antwoordde. Die avond, voor de allereerste keer in mijn leven, huil ik mezelf in slaap omdat ik dik ben. Omdat ik meer plaats inneem dan andere mensen. Omdat ik besta.

Laatst stond ik in het pashokje van een niet nader genoemde modeketen. Ik twerkte me enigszins moeizaam in een frivool rokje en tuurde in de spiegel. “Niet slecht”, knipoogde ik naar mijn reflectie. Waarna ik meteen toegaf: “Maar waarschijnlijk mooier bij een model.” Naast mij hoorde ik plots snikken. Eerst heel stilletjes, als een kraan die lekt. Daarna steeds luider en luider, als een kind dat haar moeder zoekt in een grootwarenhuis. De paskamer van de vrouwenafdeling is een soort tijdruimtevacuüm waarin enkel de ergste nachtmerries leven. Niemand reageert en uiteindelijk voel ik me te ongemakkelijk.

“Euhm.. alles ok?” vraag ik schuchter. Ik klop een paar keer op de krakende saloondeur. Een rood, betraand hoofd kromt zich om de hoek van het hokje. Ze neemt me op. “Onmogelijk”, hist ze. Ik sta perplex. “Wat is er aan de hand?” pols ik voorzichtig. Je weet nooit met wie je te maken hebt. Straks liggen we misschien te rollen over de vloer van het magazijn, elkaar de haren uittrekkend. “Kom binnen”, instrueert ze dwingend. Twijfelachtig doe ik wat ze vraagt.

Eens binnen zie ik een beeldschoon jong meisje in een frivool rokje. Hetzelfde frivole rokje waarin ik net mijn maatje 48 heb geworsteld. Het stukje stof watervalt moeiteloos over haar benige heupen, elegant, zoals het hoort. Ik heb meteen spijt dat ik voor haar sta in dezelfde couture. “Hoe komt het dat jij er wel mee staat?” vraagt ze. Pardon? Ik weet niet goed wat ik hoor. “Wat zeg je nu?” klink ik verbouwereerd, “Je ziet er godverdomme duizend keer beter uit dan ik! Ik wou dat ik jouw lichaam had.” Ze snuift schamper. “Dit? Er is amper iets om de kledij mee op te vullen. Nee, bedankt,” legt ze uit.

Echte vrouwen, weet ik, hebben er schoon genoeg van. Ik ken zo weinig mensen die zich goed in hun vel voelen. Omdat ze te dik zijn, omdat ze te dun zijn, omdat ze krullen hebben of net lokken die futloos naast het gelaat hangen. Omdat ze dunne lippen hebben, een andere huidskleur of godbetert een vreemde kleine teen.  De sportieve kerel noemde mij een DIK. LELIJK. WIJF. Alsof ik enkel dat ben, een waardeoordeel dat onlosmakelijk vasthangt aan drie dingen: gewicht, schoonheid en geslacht. En ik pik het niet meer. Ik hoef me niet te verdedigen. Ik hoef me niet te verontschuldigen. Ik heb een maatje meer, maar dat maakt me niet minderwaardig. Er is zoveel meer van mij, meer dan je waarschijnlijk verwacht. Het meisje in het pashokje kon je omver blazen, niet omdat ze zo mager was maar omdat ze zo onzeker oogde. En ik laat het niet meer toe. Echte vrouwen zijn wijven, topwijven. Echte vrouwen hebben er schoon genoeg van.

Advertenties

343 thoughts on “Dik. Lelijk. Wijf.

  1. Man! Wat ben ik blij jou te hebben ontdekt!
    Dankzij de Weekend Blog&Digital Awards. Helemaal terecht, zo te lezen. Je maakt bij de meeste posts een duidelijk punt, komt erg leuk over (wanneer drinken we samen koffie? 🙂 ).
    Laat ze maar namen noemen. Je bent overduidelijk een hinde, getuige jouw gezwinde schrijfstijl.
    Sister, ik herken je aanklachten en denkpatronen.
    Je kunt me vinden op mijn blog, waar je gebeurtenissen vindt die bij jou waarschijnlijk ook een belletje doen rinkelen. (https://glansrijkimperfect.wordpress.com –> mijn relativerende, humoristische kant en https://levenskwaliteitblog.wordpress.com –> mijn serieuzere kant.)
    Take care and keep on writing. Ik volg je vanaf nu. .

  2. Hoi Anke! Ik had vandaag een ietwat “opgeblazen” dag en daarom herlees ik je artikel (en de rest van je blog..) nog eens, het geeft me altijd een geweldige vechtlust! Als je dus “Spanje” tussen je notificaties ziet staan: that’s me! 😉 groetjes Emma

  3. Hallo Anke, al surfend kom ik overal en nergens, zo ook op jouw blog. Prima plekje om te landen, wat heb je dit verhaal mooi en treffend geschreven! Jammer van zo’n rotjong in het zwembad, maar aan de andere kant… je hebt je ervaring wél vertaald in een prachtblog. M’n complimenten en blijf vooral schrijven 🙂

  4. Dag Anke,
    op een morgen, ergens begin september, terwijl ik met mijn wagen naar mijn werk reed, werd mijn aandacht getrokken door 3 woorden :
    DIK, LELIJK, WIJF.
    Ik heb altijd de autoradio aan, meestal Radio 1, zo ook die dag. Ik heb Je verhaal toen beluisterd en ik kon Je verhaal onmiddellijk plaatsen. Zo herkenbaar. Net dezelfde woorden horen die onze dochter Katrien naar het hoofd werden geslingerd door een gefrustreerde onbenul die haar, ergens in hartje Antwerpen, op straat blokkeerde met zijn fiets & die haar met exact dezelfde bewoording diep raakte. Zwaar aangeslagen & tot tranen toe bewogen was ze, niet meer toegankelijk voor de troostende woorden die Je dan als ouder in de mond neemt. Je kan dan als ouders wel proberen om op Je dochter in te praten, maar de pijn die zij voelt door die 3 woorden, DIK, LELIJK, WIJF, die de bevestiging zijn van haar laag zelfbeeld, kan Je daar onmogelijk mee uitwissen. Zijn woorden daarentegen bleven hangen & galmden nog lang na. Ze bepaalden in hoge maten haar verdere leven. Dieet na dieet verslond zij. Het ene dieet al extremer dan het vorige, maar steeds met hetzelfde onvoldaan resultaat. Ik heb haar toen zo bewonderd voor de tomeloze inzet, de ongelofelijke drive die zij betoonde om haar doel te bereiken. Maar het ideaalbeeld, dat nagenoeg onbereikbare schoonheidsideaal dat ons allen dagelijks wordt voorgespiegeld door de media, de grens van zelfaanvaarding, dat bereikte zij hierdoor niet. Wij, ouders, haar broer Johan en vele vrienden probeerden haar, de naar de buitenwereld immer vriendelijke meid, te helpen, maar die 3 woorden, DIK, LELIJK, WIJF, bleven in haar hoofd rondgaan. Toen zij dan de noodzakelijke gewichtsgrens bereikte & deze consolideerde, zocht zij chirurgische hulp. Wij vonden dat niet nodig maar wilden haar geluk niet in de weg staan & zo liet zij zich opnemen om via een buikcorrectie haar leven eindelijk te kunnen starten. Een kleine ingreep volgens de chirurg, een routine ingreep, één dag kliniek om die 3 woorden DIK, LELIJK, WIJF voorgoed uit te wissen en klaar.
    Het lot besliste er echter anders over. Katrien kreeg na de geslaagde ingreep een bloedklonter die haar hart, haar longen en uiteindelijk haar & ons leven verwoeste. Die 3 woorden DIK, LELIJK, WIJF deed haar en ons leven stilstaan.
    Nu bijna 5 jaar later is de wonde van het verschrikkelijke verlies van onze geweldige dochter Katrien De Weerdt niet geheeld. Ik denk, nee ik weet dat die pijn zal blijven de rest van ons leven !

    Guy

    1. Heel veel sterkte… er is inderdaad zoveel onbegrip voor mensen die een maatje meer hebben… ik hoop dat veel mensen jullie verhaal lezen en begrijpen dat er veel risico’s verbonden zijn aan voor sommige dokters een routine operatie.

    2. Hoi, wat vreselijk voor jullie!! Ik ben 58, en heb ook zo,n operatie gehad. Ik besef nu dat ik geluk had dat alles goed ging. Ik was eerst ontevreden omdat ik een ideaal beeld had hoe het eruit zou gaan zien. Ik had geluk!! Sterkte.

  5. Ik was vandaag (oei, gisteren, t’is al 2 uur gepaneerd) onderweg tussen Brussel en Izegem toen ik je op de radio hoorde in verband met je boek “Lelijk. Dik. Wijf.”.
    Ik heb vooral geluisterd hoe jij omgaat met dit soort dingen.
    Ik heb je boek nog niet gelezen. Ik vind je een heel moedige vrouw! Ik zal Uw boek zeker aanschaffen.
    Ik wens je veel geluk in je leven. En dat je veel mensen mag ontmoeten die je waarderen zoals je bent, want je bent ongetwijfeld een mooi mens!

    Groetjes Johan

  6. Als ik dat ‘dik. lelijk. wijf’ zou horen, dan zou ik een afkeer krijgen van degene die dat zegt / erom lacht, en geen oordeel over degene over wie het gaat hebben. Bij vrienden zeg ik er ook iets van. Ik ben zelf slank en nooit dik geweest (overigens komt dit meer door darmproblemen dan door iets anders), maar ik vind het best wel pijnlijk dat mensen die ik ken zo’n hard en dom kunnen oordelen over anderen. Ik vind het erg raar dat veel mensen heel goed weten dat je andere rassen niet mag discrimineren, maar dat discrimineren op uiterlijk zo normaal wordt gevonden. Dus hou in gedachten dat mensen die zulke dingen zeggen vooral zichzelf voor schut zetten.
    Het gaat sowieso nergens over in mijn ogen. Dik wordt alleen maar als lelijk/verkeerd gezien omdat dat de trend van dit moment is (in andere tijden werd dikker zijn juist als positief gezien). In bijv. Cuba waar reclame verboden is, wordt dik ook niet als minder mooi gezien dan dun. Daar zien ze het gewoon als een kwestie van smaak, wat het hier volgens mij ook zou zijn als de media niet zo’n eentonig schoonheidsideaal verspreidde.
    Gezondheidsrisico’s wil ik niet ontkennen, maar je gewicht is maar één van de vele dingen die je gezondheid bepalen. Daarnaast zijn sommige mensen ook juist slank door gezondheidsproblemen (zoals ik) of door keihard voor zichzelf te zijn (niet alleen in eten, maar in alles, en al die stress lijkt me erg ongezond).

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s