Meer leven

Hij zegt dat je te veel van hem verwacht. Dat hij je nog nooit heeft gevraagd om je te verontschuldingen. Hij zegt dat je terug moet vechten, tegen je problemen en desnoods tegen hem. Je zegt dat je moe bent, niet meer kan, gaat slapen.

Een vriend, de volgende dag: ‘Je bent geen slecht persoon, en een goed persoon evenmin.’ Je moet mensen ruimte geven om boos te zijn, zegt hij. Mensen zijn soms boos. Dat gebeurt. Hij zegt: ‘Kom je bed uit vandaag. Hij ziet je graag, ik zie je graag, de hele wereld ziet je graag.’ En ook, hij: ‘Sorry voor gisteren.’

Nu goed. Er gebeuren iedere dag dingen die meer wereldschokkend zijn dan ruzie met je beste vriend. Daar zwijgen we ook over.

Er is niet veel veranderd. Je bent nog steeds een moeilijke vrouw die gemakkelijk schrikt. Je bent regelmatig bezorgd over alle personen die je in het verleden was, de akelige kantjes die scherper aanvoelen in je herinnering, en hoe er mensen op deze wereld rondlopen die alleen maar dat over jou weten, nog steeds overtuigd dat je werkelijk zo vreselijk bent.

Een bijna werkloze vriend die je tijdens die periode kende, zit naast je op de vloer. Zijn hand rust op het parket, alsof splinters niet bestaan. Hij drinkt roze wijn uit een goudomrand whiskyglas en zegt: ‘Je moet leren uitzoomen. Je kan niet blijven denken aan die acht mensen die je een slecht mens vinden nu je omringd bent door zoveel mensen die het goede in je hebben mogen ervaren.’ Jezelf vergeven voor wie je was is een cruciaal onmogelijke vereiste voor je eigen toekomst.

Je zoekt je toevlucht in het gezelschap van je dichtste vrienden, die evengoed onbeschermd zijn voor dit alles. Maar ze openen altijd de deur. Je zit op hun grijze zetel en je leest, je schrijft, je observeert hoe ze elkaar graag zien en hun liefde voor elkaar maakt alles minder zwaar.

Je merkt elk nieuw meubelstuk in hun appartement op, de kleine veranderingen, de poster die jij voor hen bestelde en eindelijk is ingekaderd. Het is een privilege om dat te zien groeien. Ze tonen het trots, praten over de plannen voor een tapijt, een lamp misschien, en nog wat planten. Meer leven.

Het is een soort van geheim geluk. Met een boek waarvan je de laatste pagina’s uitstelt, in hun bijzijn, lopend door de kamer en prompt papieren in stapels reorganiserend terwijl ze afwezig een verhaal vertellen over iets dat lang voordat je hen ontmoette gebeurde, lang voor ze de mensen waren waar je uiteindelijk van zou houden. Je kijkt op en je vraagt: ‘Wat zei je?’ En ze lachen gewoon, zetten nog wat koffie.

Je blijft langer dan je wil, niet zo lang als je zou willen. Maar ze dringen aan: ‘Blijf nog even om samen te eten.’ Je vraagt: ‘Ben ik hier niet te vaak?’ En ze antwoorden: ‘Je weet dat je welkom bent.’ En op een andere dag: ‘Maar misschien niet tot na middernacht deze keer.’

Het verlangen om naar huis te gaan, het verlangen om je heel te voelen, om te weten waar je bent, en dat je daar veilig bent, om te ontwaken uit een soort van slaap en om te rusten van al dat ontwaken, om de duisternis vanbinnen te bezweren, om te stoppen met spreken en toch perfect begrepen te worden. Een thuis. Dat is wat ze jou geven.

Deze vriendschap, belangrijk als het is, versnelt onwillekeurig. Er is altijd een volgende dag, weet je. Er is altijd volgende week, volgende maand, of de volgende onwaarschijnlijke omvang van een eerste lentedag op hun dakterras. Op een avond zegt hij: ‘Je hebt zoveel talent. Je zoekt nu even je weg in het leven, maar je gaat altijd de mooiste uitdagingen kunnen aangaan.’ Hij gelooft meer in jou dan dat jij in jezelf gelooft.

De waarheid is: jullie zijn nog maar kinderen. Jullie dromen van iets groters en het lijkt alsof erover gepraat kan worden, zonder dat je het moet uitspreken. Ondertussen openen hij en zijn vriend altijd de deur. Hij zegt: ‘We proberen je zo goed mogelijk te ondersteunen.’ En omdat je hem daar blind in vertrouwt, blijf je overeind.

Je bent te laat voor afspraken omdat je panikeert, bang om iedereen te verliezen aan iets dat je niet zelf in de hand hebt. Dat einde is verzonnen. Je moet tegen jezelf zeggen: ‘Dit is niet echt. Dit zit in mijn hoofd. Iedereen is hier.’ Een vriendin stuurt je een bericht: ‘Ik ben blij dat je er gisterenavond was.’ En je kan het niet laten om te zeggen: ‘Sorry dat ik zo was.’ Ze is alleen maar lief: ‘Je bent goed, hoe je ook bent.’

Je neemt de tweeënveertig stappen van je voordeur naar de deur van je appartement. Het eerste licht dat je aansteekt is dat van de gang. Je blijft even staan voor je de sleutel in het slot draait. De boeken, overal verspreid in stapeltjes, liggen nog steeds op de plaatsen waar je ze vergeten was. Boeken die naast je versleten schoenen rusten bijvoorbeeld, boeken waar je verstrooid in begon te lezen in plaats van je veters te knopen en naar buiten te stappen.

In de keuken staat een afwas van vier dagen. Je gooit een handdoek over de vuile borden en draait gedachteloos de dop van de halfvolle fles witte wijn. Een bericht van je beste vriend: ‘Ik ben thuis en ik heb veel water gedronken. Jij doet dat best ook.’ Je vertrouwt hem. Je vertrouwt ze allemaal.

Hoe ben je hier beland? Hoeveel twintigers zijn op dit moment overrompeld door een onverwachte stroom van tranen, wandelen op dit moment de twaalf stappen naar hun badkamer, kijken op dit moment wezenloos naar hun gezicht in de spiegel, geschrokken door wat er aan het gebeuren is, de beklemmende roes van onvoorziene veranderingen?

Je neigt de nabijheid van die mensen te vergeten. Als je wil, kan je een paar straten doorkruisen of de laatste trein halen en iemand vinden die exact hetzelfde voelt. We zijn allemaal gekweld door deze testversie van het echte leven. We zoeken allemaal naar nieuwe manieren om oude vrienden te zijn.

Je schudt je hoofd. Je zet de vijf stappen van de badkamer naar je bed. Je stuurt naar een vriendin uit Antwerpen: ‘Hoe was het bij de dokter? Heb je tijd om mij even te bellen?’ Nog geen seconde later gaat de telefoon over. En ze zegt: ‘Je zit niet vast. Je weet gewoon nog niet waar je terecht gaat komen.’ Je knikt, al weet je dat ze dat aan de andere kant van de lijn niet kan zien. Ze praat tegen haar kat.

De volgende dag ga je de hele namiddag schrijven in de koffiebar waar haar vriend na lang ziek zijn terug aan de slag is. Hoe hij de kopjes vult, de vanzelfsprekende eenvoud daarvan, vervult jou met onvoorstelbare trots. Dat mensen sterker zijn dan ze zelf doorhebben. Jij misschien ook.

Tijdens zijn pauze vertelt hij je over een nieuw project. Jullie proberen nog steeds jullie doelen na te streven, ondanks de stevige grip van de realiteit, ondanks alles wat jullie binnen probeert te houden: onbetaalde rekeningen, vergeelde foto’s van overleden mensen op de koelkast, berichten die je nooit beantwoordde, uitnodigingen waar je niet op inging, boodschappenlijstjes met slechts drie items, deadlines.

Hij sluit de zaak af en jij gaat naar huis. De mensen die je graag ziet komen en gaan in je appartement alsof het een bibliotheek is en zij lak hebben aan de huisregels. Ze vertrekken en soms wil je even later een zin, iets wat je onderlijnde, herlezen en dan blijkt dat boek verdwenen. Het kan niet weg zijn; als je alle deuren openzet, is het een grote ruimte hier, en daarbinnen: spullen die verdwijnen.

Dat is wat ze doen. Ze vertrekken en pas weken later besef je dat ze iets van jou hebben meegenomen. Je moet er maar op vertrouwen dat ze bij jou terugkomen, en dat je in tussentijd nieuwe woorden vindt waar je streepjes onder kan trekken, om dan tegen iemand te zeggen: ‘Hoor eens.’ En hoe rustig dat je maakt.

De wereld kan zichzelf doen gelden als een reeks grote teleurstellingen, en ook kleinere, waarvan je hebt geleerd dat ze moeilijker zijn om vrede mee te nemen omdat ze op de een of andere manier onuitsprekelijk zijn.

Het komt neer op dit: soms, in het leven, gebeuren er dingen die je nooit had verwacht. Je vraagt je af: ‘Hoe overleef ik dit?’ En dan plots sta je jaren verder. Je stelt jezelf nog elke dag diezelfde vraag: ‘Hoe overleef ik dit?’ Maar je overleeft. Want soms gebeuren er dingen die je nooit had verwacht. Soms zijn ze ook mooi. En daar leef je dan voor.

 

 

Advertenties

Een reactie op “Meer leven

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s